Gereformeerde school mag homoseksuele leraar Renkema niet ontslaan
De gereformeerde Dr. K. Schilderschool in Oegstgeest mag de
arbeidsovereenkomst met de heer Renkema niet ontbinden. Daartoe had
de school een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter. De
school had aangevoerd dat sprake is van een onwerkbare en
verstoorde verhouding, waardoor voortzetting van de overeenkomst
niet meer tot de mogelijkheden zou behoren. Daarnaast had de school
aangevoerd dat uit de gedragingen van de heer Renkema zou blijken
dat hij zich niet kan vinden in de seksuele moraal zoals die zou
volgen uit de grondslag van de school. Daarom zou de heer Renkema
niet meer als geloofwaardig identiteitsdrager van de school kunnen
optreden.
De heer Renkema, die hierin bij werd gestaan door Itse Gerrits
en Liesbeth Berkouwer, stelde zich op het standpunt dat geen
aanleiding bestond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Vanaf het moment dat de heer Renkema de school te kennen had
gegeven dat hij zijn relatie had beëindigd en een relatie was
aangegaan met een man, heeft de school aangestuurd op beëindiging
van de arbeidsovereenkomst. Een gesprek over de vraag hoe de heer
Renkema vanaf dat moment de identiteit van de school zou kunnen
uitdragen, heeft in het geheel niet plaatsgevonden. Daarmee heeft
de werkgever, zo meende Renkema, in strijd met de Algemene Wet
Gelijke Behandeling gehandeld.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat de school de
arbeidsovereenkomst niet mag ontbinden. Allereerst overweegt de
kantonrechter daartoe dat de school een openhartig en inhoudelijk
gesprek over de vraag of Renkema, als geloofwaardig
identiteitsdrager in de klas, zijn werkzaamheden zou kunnen
voortzetten, uit de weg is gegaan. Ten onrechte heeft de school op
voorhand al het standpunt ingenomen dat voortzetting van het
dienstverband niet meer mogelijk was. De school heeft daarmee niet
voldaan aan de maatstaf van goed werkgeverschap. Ten tijde van de
eerste en enige bespreking met Renkema – waarbij de school al
aanstuurde op ontbinding van de overeenkomst – was bij de school
uitsluitend bekend dat de heer Renkema zijn relatie had beëindigd
en dat hij bij een andere man woonde met wie hij een relatie had.
Een onderscheid op grond van die omstandigheden laat de Algemene
Wet Gelijke Behandeling niet toe. Er is dus sprake van strijd met
het in de Algemene Wet Gelijke Behandeling neergelegde verbod van
onderscheid.
Ook de door de school aangevoerde verstoring van de
arbeidsverhoudingen rechtvaardigt geen ontbinding van de
arbeidsovereenkomst. Weliswaar zijn volgens de kantonrechter de
verhoudingen beschadigd, maar niet zodanig dat die op dit moment
een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen.
De kantonrechter concludeert dan ook dat het ontbindingsverzoek
dient te worden afgewezen.
Het is de eerste keer dat een rechter uitspraak heeft gedaan in
een dergelijke ontslagzaak en de uitspraak is ook een van de
weinige die gaat over het spanningsveld tussen enerzijds de
vrijheid van (bijzondere) onderwijsinstellingen, en anderzijds het
verbod op onderscheid naar homoseksuele geaardheid. De uitspraak
maakt duidelijk dat bijzondere onderwijsinstellingen serieus het
gesprek moeten aangaan met werknemers, ook wanneer die school een
geloofsgrondslag onderschrijft waarbinnen homoseksualiteit nog niet
(volledig) geaccepteerd wordt. De Algemene Wet Gelijke Behandeling
en het beginsel van goed werkgeverschap verplichten daartoe.
Kijk
hier voor de beschikking van de
kantonrechter.
publicatiedatum
:
donderdag 3 november 2011