Verlichting van verslaggevings- en documentatieverplichtingen en alternatieve openbaarmaking bij fusies en splitsingen
Op 1 juli 2011 zijn mede ter uitvoering van enkele Europese
richtlijnen verscheidene procedurele voorschriften in Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek die zien op fusies en splitsingen van
rechtspersonen gewijzigd. Door de wetswijzigingen wordt een aantal
verslaggevingsverplichtingen die gelden bij bepaalde fusies en
splitsingen afgeschaft en wordt, indien alle aandeelhouders hiermee
instemmen, de mogelijkheid geboden af te zien van bepaalde
verslaggevingsverplichtingen bij fusie en splitsing. Behalve in
geval van een afsplitsing van een deel van het vermogen van een
splitsende vennootschap naar een nieuw opgerichte verkrijgende
vennootschap waarvan de aandelen in gelijke mate worden gehouden
door de aandeelhouders van de splitsende vennootschap, lijkt het
beoogde lastenverlichtende effect van deze wetgeving gering.
Daarnaast wordt ook mogelijk gemaakt om in plaats van deponering
ten kantore van de kamers van koophandel van documenten vereist
onder de procedures voor fusie of splitsing van rechtspersonen,
kopieën daarvan te plaatsen op de website van de Kamer van
Koophandel en op de website van de vennootschappen.
Op 1 juli 2011 zijn enkele bepalingen van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek die zien op fusies en splitsingen van
rechtspersonen gewijzigd. Deze wijziging werd vastgelegd in de op
12 mei 2011 aangenomen Wet tot wijziging van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van richtlijn nr. 2009/109/EG van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16
september 2009 tot wijziging van de richtlijnen nr. 77/91/EEG,
78/855/EEG en 82/891/EEG van de Raad en richtlijn nr. 2005/56/EG
wat verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van
fusies en splitsingen betreft (PbEU L 259). Deze Europese
richtlijnen beoogden administratieve lastenbeperking tot het
minimum dat noodzakelijk is om de belangen van andere
belanghebbenden te beschermen, en dienden in alle lidstaten
uiterlijk op 30 juni 2011 in nationale wetgeving te worden
vastgelegd. De voorbereiding van de wet vond reeds plaats door het
vorige kabinet en is uiteindelijk op 12 mei 2011 aangenomen.
Door de wetswijzigingen wordt een aantal
verslaggevingsverplichtingen die gelden bij bepaalde fusies en
splitsingen afgeschaft en wordt, indien alle aandeelhouders hiermee
instemmen, de mogelijkheid geboden af te zien van bepaalde
verslaggevingsverplichtingen bij fusie en splitsing. De
wetswijzigingen zijn samengevat de volgende:
- Geen schriftelijke toelichting bij een fusie: Het is
geoorloofd om af te zien van de verplichting van het bestuur om
in de schriftelijke toelichting bij de fusie de redenen voor de
fusie met een toelichting uit juridisch, economisch en sociaal
oogpunt te vermelden, indien alle leden of aandeelhouders van
de fuserende rechtspersonen hiermee instemmen.
- Geen verplichting tot opmaken van tussentijdse
vermogensopstelling bij een fusie of splitsing: De besturen
van bij een fusie of splitsing betrokken rechtspersonen zijn
vrijgesteld van de verplichting om (als meer dan zes maanden na
balansdatum van de laatst vastgestelde jaarrekening zijn
verstreken) een tussentijdse vermogensopstelling op te maken,
indien zij reeds halfjaarlijkse financiële verslaggeving
opmaken op grond van artikel 5:25d van de Wet op het financieel
toezicht.
- Geen verplichting tot inlichting van de algemene
vergadering en andere fuserende rechtspersonen: De besturen
van bij een fusie of splitsing betrokken rechtspersonen hoeven,
met instemming van alle leden of aandeelhouders van de
fuserende rechtspersonen, de algemene vergadering en de andere
te fuseren rechtspersonen niet in te lichten over gewijzigde
omstandigheden die blijken na deponering van het voorstel tot
fusie.
- Besluiten tot splitsing door het bestuur van de
splitsende vennootschap: Indien de verkrijgende
vennootschappen alle aandelen houden in de splitsende
vennootschap, kan de splitsende vennootschap, tenzij de
statuten anders bepalen, bij bestuursbesluit tot splitsing
besluiten.
- Geen toelichting, tussentijdse vermogensopstelling, en
geen accountantsverklaringen vereist bij een afsplitsing naar
een bij de splitsing op te richten zustervennootschap: Bij
een splitsing waarbij alle verkrijgende vennootschappen bij de
splitsing worden opgericht en de aandeelhouders van de
splitsende vennootschap, evenredig aan hun aandeel in de
splitsende vennootschap, aandeelhouder worden van elk van de
verkrijgende vennootschappen, gelden specifieke procedurele
voorschriften niet. Het bestuur van de splitsende vennootschap
hoeft dan de schriftelijke toelichting van de reden voor de
splitsing niet op te stellen, noch (als meer dan zes maanden na
balansdatum van de laatst vastgestelde jaarrekening zijn
verstreken) een tussentijdse vermogensopstelling. Bovendien is
het bestuur van de splitsende vennootschap vrijgesteld van de
accountantsverklaring en –verslag omtrent de bij de splitsing
toegepaste ruilverhouding, alsmede van de
accountantsverklaringen die bevestigen (i) dat de door de op te
richten verkrijgende vennootschappen te plaatsen aandelen zijn
volgestort als gevolg van de splitsing en (ii) dat het behouden
deel van vermogen van de splitsende vennootschap na de
splitsing ten minste gelijk is aan haar geplaatste kapitaal met
de wettelijke of statutaire reserves.
Behalve in geval van een afsplitsing van een deel van het
vermogen van een splitsende vennootschap naar een nieuw opgerichte
verkrijgende vennootschap waarvan de aandelen in gelijke mate
worden gehouden door de aandeelhouders van de splitsende
vennootschap, lijkt het beoogde lastenverlichtende effect van deze
wetgeving gering. Van de overige wijzigingen zou de vrijstelling
van de verplichting tot het opmaken van een tussentijdse
vermogensopstelling bij een fusie of splitsing een aanzienlijke
lastenverlichting hebben kunnen opleveren. Echter, omdat er in
Nederland weinig vennootschappen zijn die vallen onder de
reikwijdte van artikel 5:25d van de Wet op het financieel toezicht,
is het lastenverlichtende effect van deze wijziging op fusie – en
splitsingsprocedures niet groot.
Daarnaast is ook op 1 juli 2011 in werking getreden de op 20 mei
2010 aangenomen Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en
enkele andere wetten in verband met lastenverlichting voor burgers
en bedrijfsleven. Op grond van deze wet zijn onder meer enkele
bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die zien op de
deponeringsverplichting bij fusies en splitsingen gewijzigd.
Voor het van kracht worden van deze wet was deponering ten
kantore van de Kamer van Koophandel en van elk van de
vennootschappen van het voorstel tot fusie of splitsing met alle
overige voorgeschreven documenten vereist. Deze wijzigingen maken
mogelijk om in plaats daarvan deze documenten openbaar te maken
door het voorstel tot fusie of splitsing op de internetsite van de
Kamer van Koophandel te plaatsen. Ook bij deze alternatieve vorm
van openbaarmaking schermt de Kamer van Koophandel de
handtekeningen en eventuele woonadressen af. De fuserende of splitsende rechtspersonen mogen
er bovendien voor kiezen niet-openbare fusie- of splitsingsstukken
elektronisch toegankelijk te maken via de eigen website en behoeven
geen apart afschrift te verstrekken als de stukken van de website
kunnen worden gekopieerd. De fuserende of splitsende rechtspersonen
zijn niet meer verplicht in dat geval de stukken op hun kantoor ter
beschikking te stellen van de leden of aandeelhouders.
Meer vragen over wijzigingen in procedures van fusie of
splitsing van rechtspersonen? Neem contact op met
Jan Schouten.