Zoeken

Nieuwsbrief

Beoordeling van een deskundigenbericht

Hoge Raad 12 maart 2010, LJN BK9158

Essentie

Het is aan de rechter die over de feiten oordeelt, de conclusies van de deskundigen te waarderen en zo nodig tegen elkaar af te wegen. In beginsel heeft de rechter een beperkte motiveringsplicht, ook wat betreft zijn beslissing de zienswijze van een deskundige al dan niet te volgen.

Samenvatting

X was het slachtoffer van twee auto-ongelukken, die beide tot een whiplashtrauma hebben geleid. In een eerdere procedure zijn de verzekeraars van de veroorzakers van de beide ongevallen hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van de schade van X, op te maken bij staat. De huidige procedure is de schadestaatprocedure. Ter bepaling het verlies aan verdienvermogen zijn in totaal vier deskundigenrapporten opgesteld. Onder deze rapporten bevinden zich twee rapporten van arbeidsdeskundigen. De eerste arbeidsdeskundige heeft geconcludeerd dat X in staat moet worden geacht om, na een re-integratietraject, inkomen te genereren. In het rapport van de tweede arbeidsdeskundige zijn aanwijzingen te vinden dat dit niet het geval zou zijn. De rechtbank en het hof volgden - in het nadeel van de eiseres - de conclusies van het eerste arbeidskundige rapport. Het hof overwoog dat de bevindingen van de overige deskundigen daaraan niet in weg stonden.

In cassatie klaagt X dat het hof die keuze ontoereikend heeft gemotiveerd. De advocaat-generaal meent dat het hof niet aan de - beperkte - motiveringsplicht heeft voldaan. Het heeft niet adequaat gerespondeerd op de stellingen van X. Onder andere heeft het niet gerespondeerd op de stelling dat de arbeidssituatie in de regio de re-integratie van X bemoeilijkte. Het hof heeft zijn oordeel gegrond op de bevindingen van een expert die zijn oordeel niet heeft gemotiveerd en daarbij de bevindingen van een deskundige terzijde gesteld, die haar andersluidende conclusie uitvoeriger had gemotiveerd. De advocaat-generaal acht van belang dat aan het bewijs van het door de benadeelde gestelde verlies aan verdienvermogen geen al te hoge eisen mogen worden gesteld.

De Hoge Raad oordeelde echter dat de beslissing wel degelijk toereikend en begrijpelijk was gemotiveerd. Hij oordeelt dat het aan de rechter is die over de feiten oordeelt om de conclusies van deskundigen te waarderen en zo nodig tegen elkaar af te wegen. Het hof mocht het oordeel van de eerste arbeidsdeskundige volgen. Zij heeft dit oordeel voldoende gemotiveerd door er (onder andere) op te wijzen dat de eerste arbeidsdeskundige in het rapport van de tweede arbeidsdeskundige geen aanleiding had gezien om zijn rapport aan te passen.

In perspectief
Hoge Raad 5 december 2003 (NJ 2004, 74, rov 3.5 en 3.6)


In het besproken arrest komt ter sprake in hoeverre een beslissing van een feitenrechter om bepaalde oordelen van deskundigen al dan niet over te nemen in cassatie te toetsen is. In een eerder arrest van de Hoge Raad van 5 december 2003, heeft de Hoge Raad aangenomen dat het uitgangspunt is dat de feitenrechter een beperkte motiveringsplicht heeft. In hoeverre hij zijn beslissing dient te motiveren hangt echter wel af van 'de aard van het bewijsmateriaal' en 'de aard en de mate van precisering van de daartegen door partijen aangevoerde bezwaren'. In die zaak was door de rechter een deskundige benoemd die de oordelen van de door de beide partijen onafhankelijk benoemde deskundigen dienden te wegen. Indien een rechter een deskundige volgt die op die wijze in benoemd, hoeft hij dit alleen te motiveren als partijen het oordeel van de deskundige voldoende gemotiveerd hebben betwist en daarbij hebben aangegeven op welke gronden zij het oordeel niet aanvaardbaar vonden.

In het kader van de motiveringsplicht van de feitenrechter bij het volgen van een bepaalde deskundige gaat de advocaat-generaal in zijn conclusie bij de onderhavige zaak in op de positie van het slachtoffer bij het bewijzen van de omvang van het verlies van verdienvermogen. Volgens vaste jurisprudentie mogen aan dit bewijs geen al te hoge eisen worden gesteld. De advocaat-generaal pleit ervoor die gedachte ook mee te laten wegen bij de eisen die worden gesteld aan de betwisting van de inhoud van de deskundigenrapporten. Verder brengt de advocaat-generaal nog op dat het volgens hem een gemiste kans is dat X slechts is ingegaan op het feit dat bepaalde conclusies van de eerste arbeidsdeskundige niet in overeenstemming zijn met andere rapporten en verklaringen. Volgens de advocaat-generaal hadden haar klachten met betrekking tot het rapport meer kans gehad als zij erop had gewezen dat het rapport van de eerste arbeidsdeskundige kwalitatief onvoldoende was. Volgens hem volgden de conclusies niet uit de in het rapport gepresenteerde feiten en omstandigheden. Een dergelijk bezwaar tegen een rapport zou een zwaardere motiveringsplicht in het leven roepen voor de rechter die het rapport toch volgt, aldus de advocaat-generaal.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Eric Diepraam

Tel: +31 20 5506 662
E-mail: eric.diepraam@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin