Zoeken

Nieuwsbrief

Conflicterende sponsorovereenkomsten in de badmintonsport

Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht, 20 maart 2010, LJN BL6880

De exclusieve sponsorovereenkomst bindt de spelers

De Nederlandse Badminton Bond (NBB) - thans Badminton Nederland - heeft een sponsorovereenkomst gesloten met Yonex. De NBB heeft met ingang van 1 januari 2010 uitvoering aan deze sponsorovereenkomst gegeven. Spelers die onderdeel van de nationale selectie willen uitmaken, hebben een spelerscontract moeten ondertekenen waarin zij zich verplichten om uitsluitend gebruik te maken van het materiaal en de kleding van Yonex. Spelers die het spelerscontract niet ondertekenen worden niet meer toegelaten tot de nationale selectie, waardoor de spelers evenmin kunnen deelnemen aan de landenteamtoernooien. Wel kunnen de spelers deelnemen aan individuele internationale toernooien, maar de NBB zal de kosten van deze spelers verbonden aan het spelen van deze toernooien niet meer vergoeden.

Dunlop, een concurrent van Yonex, en enkele badmintonspelers die al met andere partijen sponsorovereenkomsten hadden gesloten, kunnen zich met deze situatie niet verenigen. In dit kort geding vorderen zij kort gezegd onder meer dat de spelers hun individueel afgesloten sponsorovereenkomst mogen nakomen en dat de NBB wordt verboden om deze spelers anders te behandelen dan de badmintonspelers die het spelerscontract wel hebben ondertekend.

Dunlop en de spelers hebben ten eerste aangevoerd dat de tussen de NBB en Yonex gesloten sponsorovereenkomst in strijd is met het mededingingsrecht. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het echter niet aannemelijk is geworden dat het kartelverbod is overtreden. Daarbij was onder meer van belang dat voor de vaststelling dat de overeenkomst mededingingsverstorende gevolgen heeft, een feitelijk onderzoek in de vorm van marktanalyse, waaraan hoge eisen worden gesteld, was vereist. Zoals vaak in mededingingszaken was ook hier onduidelijk wat de relevante markt is: is dit de markt voor sportartikelen, voor badmintonartikelen of voor badmintonartikelen voor topspelers? Hierover hebben de spelers en Dunlop onvoldoende gesteld.

De spelers en Dunlop hebben ten tweede gesteld dat (de uitvoering van) de sponsorovereenkomst ten opzichte van de spelers naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en dat het daarom buiten toepassing dient te blijven. De voorzieningenrechter heeft voor deze beoordeling de belangen van de spelers en de NBB afgewogen.

De Badminton Bond stelt zich het bevorderen van de badmintonsport ten doel en komt daarbij op voor de belangen van zowel professionals als amateurs. De NBB heeft aangevoerd dat zij ten verwezenlijking van dit doel en in verband met haar begrotingstekort het geld van de sponsor Yonex zeer dringend nodig had. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat de nadelen voor de spelers (nl. het niet kunnen deelnemen aan de gemiddeld twee keer per jaar plaatsvindende landentoernooien en het deels moeten betalen van kosten verbonden aan de individuele internationale toernooien) niet dusdanig zijn dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de spelers gebonden zijn aan het besluit van de NBB.

Tot slot hebben de spelers zich op het standpunt gesteld dat de NBB en Yonex onrechtmatig tegenover hen hebben gehandeld doordat zij hen uitlokken om hun individuele sponsorovereenkomsten niet na te komen en wanprestatie te plegen. De spelers hebben echter de mogelijkheid om het spelerscontract niet te ondertekenen. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat de NBB niet onrechtmatig heeft gehandeld.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de spelers en Dunlop af.

In perspectief

Een discussie tussen spelers en een sportvereniging over conflicterende sponsoring is niet nieuw. Het is niet ongebruikelijk dat sportclubs en sportbonden met topsporters overeenkomsten sluiten, zoals aan de orde in dit kort geding. Aangezien de sportclub of -bond geen ondertekening van de spelers kan afdwingen, zullen zij andere maatregelen moeten treffen om voor de ondertekening te zorgen. Daarbij is uitsluiting van deelname aan bepaalde wedstrijden en/of de (nationale) selectie een gebruikelijk pressiemiddel.

De spelers die dit kort geding hebben aangespannen, zijn door middel van een lidmaatschap verbonden aan de NBB. De spelers zijn op grond van hun lidmaatschap in beginsel gebonden aan de statuten, reglementen en de besluiten van de NBB, waaronder ook het besluit tot het aangaan van de sponsorovereenkomst met Yonex. De spelers zijn hieraan echter niet gebonden indien toepassing van het besluit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Bij de beoordeling zal een afweging moeten plaatsvinden, waarbij onder meer van belang is dat van alle spelers, en dus ook van de spelers die op topniveau spelen, in principe mag worden verlangd dat zij zich inspannen om het verenigingsdoel te verwezenlijken, in dit geval het bevorderen van de badmintonsport in welke verschijningsvorm dan ook. Verder zal een rechter rekening moeten houden met de vraag hoe ver het pressiemiddel van de sportclub of bond strekt. Hoeveel wedstrijden zal de sporter missen indien hij de overeenkomst niet tekent?

In het onderhavige geval zullen de badmintonspelers slechts twee landentoernooien per jaar missen. Bovendien gaat het bij die landentoernooien om 'de eer van het land', zo heeft de rechtbank overwogen. Bij de individuele internationale toernooien kunnen daarentegen geldprijzen worden gewonnen en kunnen punten voor de klassering op de wereldranglijst worden gehaald.

Overigens lijkt de rechter bij professionele sporters eerder geneigd te zijn om te oordelen dat het besluit van een sportclub of -bond naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, met name indien de betreffende professionele sporter zijn sponsorovereenkomst eerder had afgesloten. De voorzieningenrechter te Utrecht had in 1977 geoordeeld over een amateurzwemster die weliswaar een eigen kledingsponsor had, maar voor het dragen daarvan geen geld ontving. Mede gelet op het feit zij geen financieel belang had bij haar weigering om de kleding van de door de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) gecontracteerde sponsor te dragen, liet de voorzieningenrechter de belangen van de KNZB zwaarder wegen. Een jaar eerder had dezelfde voorzieningenrechter anders geoordeeld: de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond had volgens de voorzieningenrechter onrechtmatig gehandeld jegens een professionele voetballer door plotsklaps en zonder overleg een einde te maken aan het gebruik dat spelers hun eigen schoenensponsorovereenkomsten konden afsluiten.

Naar aanleiding van dit laatste vonnis heeft vaak overleg tussen sportclubs- en bonden en topsporters en hun sponsors plaatsgevonden over de sponsorovereenkomsten. Zo ook in het onderhavige geval. De NBB had met een andere sponsor een regeling kunnen treffen, waarbij deze sponsor de spelers tegen betaling van een bepaald bedrag vrij zou hebben gegeven. Ter zitting heeft NBB verklaard dat zij ook bereid was om een dergelijke regeling met Dunlop te treffen. Naar mijn inschatting heeft dit mede een rol gespeeld bij het oordeel van de rechtbank.

De voorzieningenrechter heeft verder geoordeeld over de vraag of de afspraken tussen de NBB en Yonex in strijd zijn met het mededingingsrecht. Ter bevordering van de vrije marktwerking is in artikel 101 Verdrag betreffende de Europese Unie (het oude artikel 81 EG-verdrag) bepaald dat overeenkomsten tussen ondernemingen die merkbare ongeoorloofde concurrentiebeperking tot gevolg hebben, verboden zijn. Een sportbond als de NBB kan ook als een onderneming worden aangemerkt voor zover het economische activiteiten uitoefent, zodat ook de NBB zich aan het mededingingsrecht zal moeten houden.

Zoals vaak is de voorzieningenrechter niet uitgebreid op het mededingingsrecht ingegaan en heeft hij met name geoordeeld dat voor de beoordeling (uitgebreid) onderzoek noodzakelijk is. Indien de spelers en Dunlop wensen dat een rechter hierover oordeelt, zullen zij een bodemprocedure moeten starten. Uit de media blijkt overigens dat ze dat ook van plan zijn.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Josine Potharst

Tel: +31 20 5506 875
E-mail: josine.potharst@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin