Google maakt geen merkinbreuk met adwords Louis Vuitton
Bespreking van het langverwachte arrest van het Hof van
Justitie van 23 maart 2010 in de zaak over Google adwords
Het Hof van Justitie heeft op 23 maart 2010 een langverwacht arrest
gewezen naar aanleiding van door de Franse rechter gestelde
prejudiciële vragen. Google biedt tegen betaling adwords aan en bij
de resultaten van een zoekvraag op zo'n adword wordt een
advertentie (een 'gesponsorde link') in beeld gebracht.
Louis Vuitton en andere merkhouders hadden Google in Frankrijk
gedagvaard in verband met het aan derden verkopen van adwords, en
de Franse rechter oordeelde daarop dat Google inbreuk maakte op de
rechten van de merkhouders Het Europese Hof van Justitie legt het
risico bij de adverteerder die een adword van Google heeft gekocht.
Google zelf is in beginsel niet aansprakelijk voor merkinbreuk bij
het gebruik van adwords. De adverteerder die het merk van een ander
als adword van Google koopt, kan daarentegen wel door de merkhouder
worden aangesproken. Die adverteerder maakt gebruik van het merk
van de merkhouder, en de vraag is of hij inbreuk op dat merk
maakt.
De internetgebruiker kan zich vergissen omtrent de herkomst van
de waren of diensten, wanneer zijn zoekterm nog in het scherm staat
en tegelijkertijd de advertentie wordt getoond. Het Hof meent dat
het tonen van de advertentie de indruk wekt dat er een materieel
verband bestaat tussen de advertentie en de merkhouder. Er wordt
dan afbreuk gedaan aan de zogeheten 'herkomstfunctie' van
het merk. In de woorden van het Hof: er is sprake van afbreuk
hieraan wanneer 'de advertentie het voor de normaal
geïnformeerde en redelijke oplettende internetgebruiker onmogelijk
of moeilijk maakt om te weten of de waren diensten waarop de
advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder
danwel van een derde'. De merkhouder moet dus kunnen verbieden
dat advertenties van derden worden weergegeven waarvan
internetgebruikers ten onrechte kunnen denken dat zij van de
merkhouder afkomstig zijn. Maar de merkhouder moet dan de
adverteerder aanpakken, en niet Google.
Het Hof oordeelt dat de zogeheten 'reclamefunctie' van
het merk niet wordt aangetast door het enkele feit dat een derde
het merk van de merkhouder als adword koopt. Hierbij speelt volgens
het Hof een rol dat normaliter de website van de merkhouder als één
van de eerste niet-gesponsorde resultaten verschijnt.
Tenslotte bevat het arrest een interessante overweging over de
aansprakelijkheid van Google. Daar geldt volgens het Hof hetzelfde
regime voor als voor 'hosting providers', namelijk geen
aansprakelijkheid als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Preventief toezicht door Google op de door haar verkochte adwords
is niet nodig, maar Google moet wel snel ingrijpen nadat zij in
kennis is gesteld van het onwettige karakter van een adword. De
vraag is hoe dit in de praktijk gaat uitpakken. Voorwaarde voor
toepasselijkheid van dit voor Google gunstige regime is dat de
activiteit van Google een louter technisch, automatisch en passief
karakter heeft. Of daar sprake van is moet nu nog door de Franse
rechter worden vastgesteld.
Al met al een overwinning voor Google. Google kan haar
lucratieve businessmodel van het verkopen van adwords voortzetten.
Wanneer een adverteerder het merk van een ander wil kopen als
adword, dan mag Google dat verkopen. De merkhouder moet zijn pijlen
vooral op die adverteerder richten.
Klik hier voor het volledige
arrest