Hoge Raad doet uitspraak over pasfoto’s van OV-chipkaarthouders
Machtiging van de rechter-commissaris vereist voor vorderen
foto's
De feiten
Op 23 maart 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak
van Trans Link Systems B.V., de kaartuitgever en centrale
backoffice van het OV-chipkaartysteem, tegen het Openbaar
Ministerie (OM). In mei 2007 vorderde de officier van justitie te
Rotterdam persoonsgegevens, waaronder identificerende gegevens en
foto's van OV-chipkaarthouders, aan de hand van een lijst met
de kaartnummers van de gebruikers van de OV-chipkaartpoortjes op de
metrostations Maashaven en Heemraadlaan in Rotterdam, in de nacht
van 6 maart 2007 te 22.00 uur tot 7 maart 2007 te 00.00
uur.
Bevoegdheden tot vorderen van gegevens
Politie en OM kunnen op grond van de artikelen 126nc e.v. van
het Wetboek van Strafvordering (WvSv) gegevens vorderen die voor de
opsporing van (zwaardere) misdrijven relevant zijn. Deze gegevens
kunnen in beginsel ten aanzien van een ieder worden gevorderd, niet
uitsluitend ten aanzien van een 'verdachte'. Om die reden
kan de kring van de betrokkenen groot zijn: als er bijvoorbeeld op
1 april rond lunchtijd een roofoverval plaats vindt in de
binnenstad van Utrecht, dan kunnen de gegevens worden gevorderd van
alle personen die op die dag een kamer hebben geboekt in het
nabijgelegen Stadshotel, of van alle mensen die op dezelfde dag
tussen bijvoorbeeld tien en twee uur boeken hebben geleend in de
nabijgelegen bibliotheek. Deze gegevens kunnen van degene die
daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komt gevorderd worden. In
beginsel is dit iedere organisatie die persoonsgegevens
verwerkt.
Het Wetboek van Strafvordering voorziet in verschillende
vorderingen, afhankelijk van de aard van de gevraagde gegevens. eer
zijn kortweg vier categorieën van gegevens die gevorderd kunnen
worden:
- identificerende gegevens (NAW-gegevens, geboortedatum,
geslacht en administratieve kenmerken);
- historische gegevens (dat wil zeggen gegevens die zijn
opgeslagen of vastgelegd, bijvoorbeeld gegevens over
aankopen);
- toekomstige gegevens (gegevens die nog niet zijn vastgelegd
maar die op een later tijdstip toch al zouden worden verwerkt);
en
- gevoelige gegevens (persoonsgegevens met betrekking tot
iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke
gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een
vakvereniging).
Vordering tot verstrekken van foto's
De vordering tot verstrekken van foto's van een aantal
OV-chipkaarthouders werd gebaseerd op artikel 126nd (historische
gegevens) WvSv, maar had naar de mening van TLS gebaseerd moeten
worden op artikel 126nf WvSv. Immers, een foto wordt op grond van
de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) aangemerkt als een
gevoelig of bijzondere persoonsgegeven, omdat een foto het ras van
een persoon prijsgeeft. Voor het vorderen van gevoelige gegevens
geldt een zwaarder vormvereiste dan voor het vorderen van
'historische gegevens', waarvoor de handtekening van de
officier van justitie voldoende is. Voor het vorderen van
bijzondere gegevens is een machtiging van de rechter-commissaris
vereist.
TLS weigerde de gevorderde foto's te verstrekken, omdat de
vereiste machtiging in dit geval ontbrak. De officier van justitie,
op haar beurt, weigerde de vordering aan te passen en dwong
verstrekking door TLS af. Daarbij moet worden opgemerkt dat een
weigering om gehoor te geven aan een vordering, vervolgd kan worden
wegens overtreding van artikel 184 Wetboek van Strafrecht (niet
opvolgen van een ambtelijk bevel/vordering).
TLS verstrekte uiteindelijk onder druk van het OM de foto's,
maar diende onmiddellijk daarna een klaagschrift in bij de
Raadkamer van de Rechtbank te Rotterdam. De beklagprocedure op
grond van artikel 552a WvSv is de enige mogelijkheid die een
adressant van een vordering rest om (achteraf) in het gelijk te
worden gesteld. Onbevredigend is dat de gegevens dan allang zijn
verstrekt en in het opsporingsonderzoek en de strafrechtelijke
vervolging een rol kunnen hebben gespeeld, die niet meer terug te
draaien is. Dit klemt te meer nu de beklagprocedure, althans de
procedure die werd gevoerd door TLS, veel tijd in beslag
neemt.
Uitspraak Raadkamer Rechtbank Rotterdam
Op 2 juni 2008, ruim een jaar na de vordering en verstrekking
van de foto's, is TLS door de Raadkamer in het gelijk gesteld.
Het OM is tegen de beslissing van de rechtbank bij de Hoge Raad in
beroep gekomen. In dat beroep is aangevoerd dat het hetOM niet was
te doen om het verkrijgen van privacygevoelige gegevens, maar
alleen om gegevens omtrent reisbewegingen. Op 8 december 2009 heeft
advocaat-generaal mr. A.J.M. Machielse in zijn conclusie de Hoge
Raad geadviseerd de uitspraak van de rechtbank in stand te
laten.
Uitspraak Hoge Raad
Met verwijzing naar de Wbp is de Hoge Raad van oordeel dat
gegevens die het ras van een persoon betreffen, of waaruit
informatie over diens ras kan worden afgeleid, als
"gevoelige" informatie moet worden aangemerkt. In
zo'n geval eist de wet een schriftelijke machtiging van de
rechter-commissaris voordat de afgifte van die gegevens kan worden
gevorderd. Uit de foto van een persoon kan informatie over diens
ras worden afgeleid. Daarom had het OM die foto's niet zonder
machtiging van de rechter-commissaris mogen vorderen. De opvatting
van het OM dat de machtiging alleen zou zijn vereist indien met de
vordering is beoogd de gevoelige informatie aan die foto's te
ontlenen, is naar het oordeel van de Hoge Raad onjuist. De
rechtbank heeft dan ook terecht de teruggave gelast van de
gevorderde foto's aan TLS. De Hoge Raad verwerpt daarmee het
cassatieberoep van het OM.
Slot
Deze uitspraak is opmerkelijk en van belang voor alle
organisaties die te maken kunnen krijgen met vorderingen, in het
bijzonder vorderingen tot verstrekken van camera- en videobeelden.
Ook in die gevallen kunnen beelden worden gevorderd die rasgegevens
van personen onthullen, zodat een machtiging van de
rechter-commissaris vereist is. Op grond van de Wbp mag een
verantwoordelijke alleen overgaan tot verstrekken van
persoonsgegevens als dit noodzakelijk is om te voldoen aan een op
hem rustende wettelijke verplichting. Wanneer in antwoord op een
niet correcte vordering lichtvaardig wordt overgegaan tot
verstrekking van persoonsgegevens, kan dit een schending opleveren
van de Wbp.
Zie voor de volledige uitspraak
rechtspraak.nl (LJN BK6331).