Rechter oordeelt over de online verkoop van medicijnen aan voor de zorgaanbieder onbekende personen
Rechtbank 's Gravenhage, 20 mei 2010, LJN: BM5482
Onlangs heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag
zich uitgesproken over de online verkoop van medicijnen op recept
aan onbekende personen en levering daarvan door een apotheek.
Aanleiding hiervoor was een verzoek om een voorlopige voorziening
van een apotheek die van demissionair minister Klink van VWS een
aanwijzing had gekregen te stoppen met het uitvoeren van
bestellingen die via de website plaatsvonden. In dit artikel
bespreek ik kort de achtergrond en de
uitspraak.
Wettelijk kader
Het is in Nederland op grond van artikel 67 Geneesmiddelenwet
(Gw) voor een ieder verboden om via internet geneesmiddelen voor te
schrijven aan personen die de voorschrijver nog nooit persoonlijk
heeft ontmoet, of die de voorschrijver niet kent of van wie de
voorschrijver het medicatiedossier niet beschikbaar heeft. De
redenen hiervoor spreken voor zich. Voorafgaand persoonlijk contact
en kennis van het medicatiedossier zorgen ervoor dat de risico's
van verkeerde combinaties, te hoge doseringen of onverantwoord
gebruik zo klein mogelijk worden gehouden. Voor het online
voorschrijven en leveren van medicijnen is voorafgaand persoonlijk
contact en kennis van het medicatiedossier niet vanzelfsprekend.
Dit heeft de wetgever ertoe gebracht om het verbod, overigens bij
amendement, op te nemen in de Gw. In de parlementaire geschiedenis
bij deze wet komt naar voren dat de dragende reden voor het verbod
lag in de bescherming van de volksgezondheid en omdat met het
verbod excessen zouden kunnen worden
voorkomen.
Handhaving
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft al diverse
malen (tuchtrechtelijk) opgetreden tegen huisartsen die aan
onbekenden medicijnen voorschreven. Van grootschalige online
verkoop door Nederlandse apothekers van medicijnen op recept aan
onbekende patiënten is in het licht van het verbod geen sprake. Wel
is er een bloeiende (illegale) handel met betrekking tot bepaalde
nicheproducten (denk aan de zogenoemde lifestyle-medicijnen zoals
viagra en steroïden). Lange tijd was er echter één online aanbieder
die de dans leek te ontspringen, namelijk dokteronline.com. De
reden hiervoor was dat dokteronline.com samenwerkte met een Duitse
gynaecoloog die voor de klanten van deze website recepten
uitschreef aan de hand van een online vragenlijst. Overigens zonder
deze klanten ooit te hebben ontmoet. Juist omdat de gynaecoloog in
Duitsland was gevestigd, en de Gw niet op hem van toepassing is,
heeft dokteronline.com lange tijd ongehinderd online medicijnen
kunnen verkopen. En niet zonder succes. De in de Delft gevestigde
apotheek Multatuli, die voor dokteronline.com de daadwerkelijke
verzending van de medicijnen verzorgt, verstuurt jaarlijks ongeveer
25.000 bestellingen.
Verschillende partijen, waaronder de IGZ en de
beroepsorganisatie voor de apothekers, de KNMP, zagen deze
ontwikkeling met lede ogen aan. Zo stelde de IGZ een
tuchtrechtelijke procedure in tegen de Delftse apotheker, en drong
de KNMP aan op verscherping van de wetgeving als optreden tegen
deze handelswijze niet mogelijk zou blijken. Ook in de kamer werden
aan minister Klink van VWS vragen gesteld over dokteronline.com.
Hierop kwam de minister in actie en gaf hij Multatuli een
aanwijzing in de zin van artikel 8 van de Kwaliteitswet
Zorginstellingen (Kwz), inhoudende dat de Multatuli met
onmiddellijke ingang moest stoppen met de verzending van online
bestellingen of andere bestellingen die zijn voorgeschreven in
strijd met artikel 67 Gw. Tegen dit besluit heeft de apotheek
vervolgens bezwaar gemaakt en daarnaast tevens een verzoek om een
voorlopige voorziening ingediend bij de
rechtbank.
Uitspraak
De grondslag voor de aanwijzing door de minister is dat
Multatuli geen verantwoorde zorg levert in de zin van artikel 2 Kwz
omdat deze medicijnen verstrekt die zijn voorgeschreven in strijd
met artikel 67 Gw. Omdat Multatuli de personen aan wie zij levert
niet kent en ook niet op de hoogte is van hun medicatiedossier,
handelt zij in strijd met artikel 2 Kwz, aldus de minister. Tegen
dit besluit worden door Multatuli verschillende bezwaren
aangevoerd, die overigens niet allemaal even kansrijk overkomen. Zo
voert Multatuli onder andere aan dat er wel degelijk een
medicatiedossier wordt verkregen omdat de personen een vragenlijst
moeten invullen bij registratie. Daarnaast meent Multatuli dat
dokteronline.com zelf ook een medicatiedossier opbouwt omdat zij
eerdere bestellingen registreert. Deze informatie is echter
uitsluitend afkomstig van de bezoeker en wordt verder niet
gecontroleerd. Een belangrijker bezwaar van Multatuli is dat de
aanwijzingsbevoegdheid van de minister niet dient om naleving van
artikel 67 Gw af te dwingen, maar slechts ziet op de artikel 2 tot
en met 4 Kwz. Artikel 67 Gw ziet daarbij niet op de apotheker, maar
op de voorschrijver, welke zich in dit geval in Duitsland bevindt
en als zodanig niet gebonden is aan het artikel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister zich in
redelijkheid op het standpunt had mogen stellen dat Multatuli met
de verstrekking van de medicijnen die in strijd met artikel 67 Gw
zijn voorgeschreven meewerkt aan het in stand houden van een
onverantwoorde en gevaarzettende situatie en dat afbreuk wordt
gedaan aan de kwaliteit van de zorg. Op Multatuli rust een eigen
verplichting om deze kwaliteit te bewaken, welke in deze situatie
niet is nagekomen. De voorzieningenrechter wijst de gevraagde
voorlopige voorziening af, waarmee de aanwijzing van de minister in
stand blijft.