Zoeken

Nieuwsbrief

Geen toestemming, geen cookie: nieuwe regels voor online advertising

Op 22 juni publiceerde de Artikel 29 Werkgroep (de Werkgroep), het overlegorgaan van de Europese privacytoezichthouders, een opinie die invulling geeft aan de gewijzigde regels voor "online behavioural advertising". Voor het plaatsen van cookies wordt voorafgaande toestemming vereist, en ook de informatievereisten worden opgeschroefd.

Online behavioural advertising?

Online advertising is één van de belangrijkste vormen van internet marketing. Bij dit advertentiemodel bieden websitehouders advertentieruimte aan op hun websites, zodat adverteerders daar hun producten en diensten kunnen aanprijzen. De mogelijkheden om deze advertenties gericht aan internetgebruikers te tonen nemen nog steeds sterk toe. Dit artikel behandelt de regels voor behavioural targeting; een vorm van online advertising waarbij de aan een internetgebruiker getoonde advertenties worden afgestemd op diens internetgedrag. Daarvoor maakt de adverteerder doorgaans gebruik van een derde partij, een aanbieder van advertentienetwerken. Deze aanbieders monitoren het gedrag van internetgebruikers op een (groot) aantal verschillende websites en kunnen zo profielen creëren op basis van bijvoorbeeld lifestylekenmerken van verschillende groepen internetgebruikers. Wanneer gebruiker X bijvoorbeeld sportwebsites, een online store voor herensportkleding en een aantal beurswebsites bezoekt, kan het advertentienetwerk daar uit opmaken dat deze gebruiker zeer waarschijnlijk (i) een man en (ii) zeer geïnteresseerd in sport is. Deze gegevens kunnen vervolgens worden gecombineerd met andere data zoals het IP-adres van gebruiker X, zodat een nog duidelijker profiel van hem kan worden gecreëerd.

De informatie over het gedrag van gebruiker X wordt verkregen door het plaatsen van een zogenaamde 3rd party cookie. Iedere computer die websites in het netwerk van de aanbieder (de 'third party') bezoekt, krijgt een uniek nummer toebedeeld. Dat nummer, de cookie wordt opgeslagen op de PC van de internetgebruiker, waarna alle zoekopdrachten en websitebezoeken van gebruiker X worden bewaard.

Regels voor online behavioural advertising

Op grond van de huidige regels hoeft gebruiker X geen toestemming te geven voor het plaatsen van deze cookies. Browsers staan het plaatsen van cookies standaard toe. Een opt-out mogelijkheid moet wel verplicht worden. Artikel 5(3) van de nieuwe e-Privacyrichtlijn brengt daar verandering in. Deze richtlijn lijkt aanbieders van advertentienetwerken te verplichten om vooraf toestemming te vragen voor het plaatsen van cookies. De tekst van artikel 5(3) en overweging 66 van de richtlijn zorgden al eerder voor discussie: het leek niet helemaal een uitgemaakte zaak te zijn dat er inderdaad voorafgaande toestemming zou moeten worden verkregen, aangezien de optie om toestemming via browsersetting te verkrijgen nog steeds mogelijk leek. Een recente opinie van de European Data Protection Supervisor stelde al dat door browsersettings géén toestemming kon worden gegeven. De Werkgroep onderschrijft nu dat standpunt in deze opinie. Het volstaan met het opnemen van een opt-out mogelijkheid in de browserinstellingen is dus nu zeker niet meer afdoende. Alleen wanneer browsers zo zijn ingesteld dat ze standaard alle cookies weigeren en gebruiker X er vervolgens actief voor kiest om deze instellingen in specifieke gevallen te wijzigen, wordt er aan het toestemmingsvereiste voldaan. Daarbij moeten gebruikers dan ook nog vooraf worden voorzien van duidelijke en volledige informatie over onder meer de doelen waarvoor het cookie wordt geplaatst. Alleen in een privacy statement vermelden dat er cookies worden geplaatst en hoe deze kunnen worden uitgeschakeld voldoet dus niet.

Eén keer ja zeggen is genoeg

Het verkrijgen van toestemming door middel van browserinstellingen lijkt hiermee erg moeilijk te worden. Niet onmogelijk, volgens de Werkgroep, die in haar opinie aanbieders van advertentienetwerken oproept om te gaan samenwerken met browserfabrikanten zodat browserinstellingen worden aangepast. Verder maakt de Werkgroep duidelijk dat het een sterke voorkeur heeft wanneer een cookies met voorafgaande toestemming worden geplaatst. In dat geval hoeft er niet iedere keer nadere toestemming te worden gevraagd voor het uitlezen en gebruik van het cookie. In beginsel geldt de verleende toestemming voor al het verdere gebruik van het cookie, mits de toestemming eenvoudig kan worden ingetrokken en het duidelijk zichtbaar is voor de gebruiker dat er cookies worden gebruikt. Daarnaast is de toestemming niet eeuwig geldig: er moet periodiek, bijvoorbeeld een keer per jaar aldus de Werkgroep, opnieuw toestemming worden gevraagd. Dat kan door de levensduur van het cookie te beperken tot één jaar, waarna deze automatisch vervalt of zichzelf verwijdert.

Kortom, er zal, al dan niet via de browser, voorafgaande toestemming van gebruikers moeten worden verkregen voordat er een cookie geplaatst wordt op de computer van een internetgebruiker. Daarbij merkt de Werkgroep nog op dat het toestemmingsvereiste van artikel 5(3) e-Privacyrichtlijn ook geldt wanneer er geen persoonsgegevens worden verzameld via de cookie: het aanknopingspunt voor de werking wordt gevormd door het feit dat er gegevens worden achtergelaten op de computer, en daarmee in de 'privésfeer' van de gebruiker.

Andere bijzondere wijzigingen

De verplichting om de toestemming van gebruikers te verkrijgen en te voldoen aan de informatieverplichting kan zowel op de aanbieders van advertentienetwerken als de websitehouders rusten. Van belang is dat de gebruiker geïnformeerd wordt door de partij die de cookie plaatst of uitleest. De adverteerders zelf blijven daarbij buiten schot: de Werkgroep stelt dat hun verantwoordelijkheid beperkt blijft tot de verwerking van gegevens die zij uitvoeren nadat gebruikers hebben doorgeklikt naar de websites van de adverteerders. Het zijn dus met name de aanbieders en de websitehouders die te maken zullen krijgen met de nieuwe regels. Daarbij is het volgens de Werkgroep niet per se van belang of deze als verantwoordelijke of als bewerker in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) moet worden aangemerkt: het feit dat een aanbieder optreedt als een bewerker voor de websitehouder zal hem dus niet ontslaan van de verplichting om toestemming te verkrijgen van gebruikers, hem te informeren en te voldoen aan andere verplichtingen op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens. De Werkgroep meent dat in de overeenkomsten tussen de websitehouders en aanbieders van advertentienetwerken zal moeten worden vastgelegd welke partij er wanneer verantwoordelijk is voor het verkrijgen van de toestemming en het informeren van internetgebruikers.

Wie het weet mag het zeggen

Het is de vraag hoe aanbieders van advertentienetwerken in de praktijk op een effectieve manier vorm kunnen geven aan het nieuwe toestemmings- en informatievereiste: de opinie gaat niet in op mogelijke technische oplossingen om de nieuwe regels na te leven. De Werkgroep verwelkomt naar eigen zeggen creatieve oplossingen: stakeholders worden uitgenodigd om hun input aan het secretariaat van de Werkgroep te sturen. Wie het weet mag het dus zeggen. Er is ook nog enige haast bij geboden: de nieuwe e-Privacyrichtlijn moet in mei 2011 zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving waarna Nederlandse aanbieders, websitehouders en in mindere mate adverteerders met de nieuwe regels te maken zullen krijgen.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Janneke Slöetjes

Tel: +31 20 5506 867
E-mail: janneke.sloetjes@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin