Belangrijke wijzigingen in het Nederlands ondernemingsrecht in 2010 (II)
In december 2009 zijn 3 wetsvoorstellen door de Tweede Kamer
aangenomen, waarvan de verwachting is dat deze per 1 januari of 1
juli 2011 in werking zullen treden.
Het betreft de wetsvoorstellen met betrekking tot:
- de vereenvoudiging en flexibilisering van het
bv-recht;
- de one-tier board; en
- de personenvennootschappen.
In deze en de twee hiernavolgende nieuwsbrieven zal ingegaan
worden op de belangrijkste door deze wetsvoorstellen aangekondigde
wijzigingen.
In de
vorige nieuwsbrief is nader ingegaan op het
wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht
(kamerstuknr. 31058).
In deze nieuwsbrief is dat het wetsvoorstel Wijziging van boek 2
van het Burgerlijk Wetboek.
in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in
naamloze en besloten
vennootschappen (kamerstuknr. 31763) (hierna te noemen Wetsvoorstel
one-tier board).
Wetsvoorstel one-tier board
De belangrijkste onderwerpen uit deze wet zijn:
- Een wettelijke basis voor de "one-tier board"
voor (structuur-) NV's en BV's. Naast de bekende
"two-ter board" (directie en commissarissen), kan in
de statuten als alternatief een "one-tier board"
worden opgenomen, waarin uitvoerende bestuurders (de
"executives") samen met niet-uitvoerend bestuurders
(de "non-executives") in één bestuur (board) zitting
nemen;
- Wijziging aansprakelijkheid van bestuurders ex art. 2:9 BW.
Binnen een "one-tier board" is het mogelijk om
bepaalde taken toe te wijzen aan verschillende bestuurders. Het
is belangrijk om taken en bevoegdheden van alle bestuurders
duidelijk af te bakenen, zodat achteraf vastgesteld kan worden
welke bestuurder eventueel aansprakelijk is. Voor de
beoordeling van ernstige verwijtbaarheid en nalatigheid bij een
beroep op individuele disculpatie, zal gekeken worden naar de
taken en bevoegdheden van de bestuurder. Het
aansprakelijkheidsrisico van een niet-uitvoerend bestuurder kan
daarom lager zijn dan dat van een uitvoerend bestuurder en
hoger zijn dan dat van een commissaris;
- Een nieuwe tegenstrijdig belangregeling ter vervanging van
art. 2:146/256 BW. De nieuwe tegenstrijdig belangregeling wordt
een regeling met alleen interne werking en geen externe
werking, zoals de huidige regeling. Dit betekent dat de
overtreding van de nieuwe tegenstrijdig belangregeling geen
werking naar derden heeft: de rechtshandeling blijft geldig. De
nieuwe regeling houdt in dat een bestuurder die een
tegenstrijdig belang heeft neemt niet deel aan de beraadslaging
en besluitvorming.;
- Wijziging rechtspositie van bestuurders van beursgenoteerde
bedrijven. In de toekomst mogen bestuurders van beursgenoteerde
vennootschappen geen arbeidsovereenkomst meer aangaan met de
vennootschap die zij leiden. Ze worden dan niet langer als
werknemers beschouwd. Bestaande arbeidsovereenkomsten worden
geëerbiedigd. De norm uit de Nederlandse Corporate Governance
Code, inhoudende dat een bestuurder bij zijn vertrek geen
hogere vergoeding meekrijgt dan maximaal een vast jaarsalaris,
kon in het verleden door het bestaan van een
arbeidsovereenkomst worden doorkruist. Door deze wijziging is
dat niet langer het geval. ;
- Beperking van de nevenfuncties van bestuurders en
commissarissen. Een persoon kan enkel tot bestuurder worden
benoemd wanneer hij maximaal één toezichthoudende functie
bekleed bij een grote NV, BV of stichting. Een bestuurder van
een onderneming mag maximaal twee commissariaten bekleden,
uitgezonderd groepsmaatschappijen. Tevens kan een bestuurder
geen voorzitter zijn van een raad van commissarissen.
Commissariaten bij een buitenlandse rechtspersoon tellen niet
mee. Commissarissen mogen maximaal 5 toezichthoudende functies
bekleden, uitgezonderd groepsmaatschappijen, waarbij een
voorzitterschap dubbel telt. De regeling is niet van toepassing
op benoemingen en aanwijzingen van bestuurders en
commissarissen die voor de datum van inwerkingtreding van de
wet hebben plaatsgevonden;
- Streefcijfers voor de participatie van vrouwen in raden van
bestuur en raden van commissarissen. Grotere naamloze en
besloten vennootschappen dienen hun zetels zodanig te verdelen
dat zij ten minste voor 30% worden bezet door vrouwen, en ten
minste voor 30% door mannen. Dit streefcijfer geldt zowel voor
one-tier als voor two-tier vennootschappen. Vennootschappen die
niet aan de streefcijferbepalingen voldoen, dienen in hun
jaarverslag uit te leggen waarom de zetels niet evenwichtig
zijn verdeeld en op welke wijze zij beogen in de toekomst wel
aan de streefcijferbepalingen te kunnen voldoen.
Voor meer informatie over de aanstaande wijzigingen in het
ondernemingsrecht kun u terecht bij de juristen van de Sectie
Ondernemingsrecht van Kennedy Van der Laan.
Wessel Bosse
Bekijk ons netwerk op