GeenStijl vs Stadskrant: overnemen interview toegestaan met beroep op persexceptie
Rechtbank Amsterdam 12 mei 2010, gepubliceerd op
MediaReport
In 2008 werd de Nijmeegse wethouder Van Hooft door een
journaliste geïnterviewd. In dat
interview werd onder meer gesproken over het
beruchte interview tussen GeenStijl reporter Rutger van
Castricum en voormalig minister Ella Vogelaar. De wethouder zegt
over dat interview: "Haar relatie met de pers was moeizaam.
Ik had die klootzak van GeenStijl gewoon voor zijn kont
geschopt". Het interview
met de wethouder is vervolgens gepubliceerd
in de Nijmeegse Stadskrant.
Naar aanleiding van dit artikel plaatste GeenStijl een
bericht op haar website. Bij dat bericht
werd een hyperlink geplaatst naar een online kopie (een scan)
van het betreffende interview met de wethouder.
Auteursrechtinbreuk, aldus de Nijmeegse Stadskrant en de
journaliste. GeenStijl had kunnen volstaan met een citaat van het
bewuste zinnetje en hoefde niet het hele interview over te nemen.
Ze eisten vervolgens in een bodemprocedure een verbod en
schadevergoeding. GeenStijl verweert zich met de stelling dat zij
geen auteursrechtinbreuk pleegt, omdat zij het interview mag
overnemen op grond van de persexceptie en het citaatrecht (zowel de
persexceptie als het citaatrecht zijn in de Auteurswet geregelde
beperkingen op het auteursrecht). Het staat GeenStijl in het kader
van de vrijheid van meningsuiting bovendien vrij het interview te
laten zien waarin zij wordt aangevallen. Verder voert GeenStijl aan
dat de Nijmeegse Stadskrant geen auteursrechthebbende is op het
interview, omdat het auteursrecht bij de journaliste ligt. De krant
kan het auteursrecht volgens GeenStijl dus ook niet handhaven.
Op 12 mei jl. deed de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam
uitspraak. De rechtbank oordeelt ten eerste
dat de Nijmeegse Stadskrant inderdaad niet ontvankelijk is in
haar vorderingen, omdat de krant geen auteursrechtshebbende is
op het interview. Ten aanzien van de journaliste slaagt het
beroep van GeenStijl op de persexceptie, op grond waarvan het
een nieuwsorgaan kortgezegd vrijstaat perberichten uit
nieuwsmedia over te nemen. De rechtbank oordeelt dat het
interview kan worden aangemerkt als 'persbericht', en
GeenStijl kan worden aangemerkt als 'nieuwsorgaan'. Ten
aanzien van dat laatste stelt de rechtbank:
"Gedaagde is een nieuwsorgaan gericht op digitale
nieuwsvoorziening via haar website GeenStijl. Het overnemen van het
bewuste interview op haar website is alsdus te kwalificeren als het
overnemen op een ander medium dat eenzelfde functie vervult, zodat
dit gedaagde vrijstond".
Voor een geslaagd beroep op de persexceptie moet overigens wel
de bron van het persbericht worden vermeld, en mag het auteursrecht
niet uitdrukkelijk zijn voorbehouden. Ook aan die voorwaarden is in
deze zaak voldaan. Omdat het beroep op de persexceptie slaagt,
wordt niet toegekomen aan de vraag of met succes een beroep kan
worden gedaan op het citaatrecht. Belangrijk aan deze zaak is onder
meer dat ook een interview volgens de rechter onder de persexceptie
mag worden overgenomen als nieuwsbericht.
De vorderingen van eiseressen worden afgewezen, met veroordeling
van de krant en de journaliste in de proceskosten. GeenStijl zelf
stelt dat zij daarmee een
'gigabelangrijke principezaak' heeft
gewonnen.
Deze zaak werd namens GeenStijl behandeld door Kennedy Van der
Laan's
Jens van den Brink.