Zoeken

Nieuwsbrief

Instandhouding van een illegaal bouwwerk

Bij uitspraak van 17 maart 2010 (200901588/1) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) uitspraak gedaan over de reikwijdte van het verbod om een illegaal opgericht bouwwerk in stand te houden. In deze nieuwsbrief zal deze opvallende uitspraak worden besproken.

Wetswijziging 1 april 2007

Om de bouwregelgeving en de Woningwet beter te kunnen handhaven, is de Woningwet ruim drie jaar geleden gewijzigd. Een van de belangrijke wijzigingen was de toevoeging van artikel 40 lid 1 sub b Woning, op grond waarvan het is verboden een bouwwerk dat is gebouwd zonder of in afwijking van een bouwvergunning in stand te houden, tenzij voor dat bouwen geen bouwvergunning is of was vereist.

Er bestond van gemeentezijde grote behoefte aan een dergelijke verbodsbepaling, omdat gemeenten vaak in een zwakke positie verkeerden bij eigendomsoverdracht van een illegaal bouwwerk. Onder het oude recht bestond alleen een verbod tot het bouwen zonder of in afwijking van een bouwvergunning. Alleen degene die het bouwwerk illegaal had opgericht, was aan te merken als overtreder van dit verbod. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd aan een overtreder en daarom kon het college van burgemeester en wethouders vaak niet meer effectief optreden na een eigendomsoverdracht van het illegale bouwwerk. Het college van burgemeester en wethouders was wel bevoegd een last onder bestuursdwang aan de nieuwe eigenaar op te leggen, maar kon de kosten van toegepaste bestuursdwang niet op de nieuwe eigenaar verhalen. Kortom, bij handhaving van illegale bouwwerken stond de gemeente vaak met lege handen.

Daarom is per 1 april 2007 de Woningwet gewijzigd. Door aan het verbod zonder of in afwijking van een bouwvergunning te bouwen, een verbod tot instandhouding van een illegaal bouwwerk toe te voegen, kan de gemeente sindsdien ook jegens rechtsopvolgers handhavend optreden. Bij de wijzigingswet is geen overgangsrecht opgenomen. Het nieuwe artikel 40 Woningwet wet heeft daarom onmiddellijke werking.

Geen overgangsrecht bij verbod tot instandhouding

Er bestond lange tijd onduidelijkheid over de reikwijdte van het verbod tot het instandhouden van een illegaal bouwwerk. Zo was niet zeker of rechtsverkrijgers die het illegale bouwwerk voor de inwerkingtreding van het gewijzigde artikel 40 Woningwet in eigendom hadden verkregen, ook onder het verbod zouden vallen. Bij uitspraak van 2 oktober 2008 (AB 2009/69) oordeelde de voorzitter van de Afdeling dat het nieuwe artikel 40 Woningwet onmiddellijke werking heeft en dus ook van toepassing is op illegale bouwwerken die voor 1 april 2007 zijn overgedragen. Volgens de voorzitter is de nieuwe eigenaar aan te merken als overtreder van het instandhoudingsverbod.

Uitspraak 17 maart 2010

Bij uitspraak van 17 maart heeft de Afdeling bovenstaande uitspraak van de voorzitter genuanceerd. Eerst wordt vastgesteld dat de bouwwerken door de voormalige eigenaar in afwijking van de bouwvergunning zijn gerealiseerd. Vervolgens stelt de Afdeling vast dat hoewel de huidige eigenaar het illegale bouwwerk niet zelf heeft opgericht, hij toch kan worden aangemerkt als overtreder, omdat hij het illegale bouwwerk in stand houdt.

Opmerkelijk is vervolgens dat de Afdeling oordeelt dat de eigenaar weliswaar als overtreder is aan te merken, maar de rechtszekerheid zich tegen handhaving verzet. De eigenaar had het bouwwerk al in 2000 in eigendom verkregen en toen gold het instandhoudingsverbod nog niet. Ten tijde van de aankoop van bouwwerk werd van de eigenaar nog niet verlangd dat hij zou onderzoeken of het bouwwerk in overeenstemming met de verleende bouwvergunning was gerealiseerd. De Afdeling voegt hier nog aan toe dat dat anders geweest zou kunnen zijn, als er ten tijde van de verkrijging concrete aanwijzingen bestonden dat het bouwwerk zonder of in afwijking van de bouwvergunning was gebouwd. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat het college wel handhavend had kunnen optreden door een last onder bestuursdwang op te leggen.

Slotsom

De uitspraak van de Afdeling van 17 maart 2010 heeft duidelijk gemaakt dat het verbod tot instandhouding van een illegaal bouwwerk niet onverkort geldt voor eigenaren die het desbetreffende bouwwerk voor 1 april 2007 in eigendom hebben verkregen. Als er ten tijde van de aankoop geen aanwijzingen bestonden voor het illegale karakter van het bouwwerk, verzet de rechtszekerheid zich tegen handhaving op grond van artikel 40 lid 1 sub b Woningwet.

Net als onder het oude recht staat het college ook nu niet geheel met lege handen. Aan de nieuwe eigenaar, die geen overtreder is, kan wel een last onder bestuursdwang wordt opgelegd, alleen kunnen de kosten van de bestuursdwang niet op hem worden verhaald.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Karien Lagrouw

Tel: +31 20 5506 844
E-mail: karien.lagrouw@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin