Zoeken

Nieuwsbrief

Maatstaf non-conformiteit bij distributie/koopovereenkomst

Hoge Raad 21 mei 2010, LJN: BL8295

Essentie

De vraag of het gekochte aan de overeenkomst beantwoordt, moet worden beoordeeld aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval. Niet alleen is van belang van welke eigenschappen de verkoper uitging en wat hij daarover meedeelde, maar ook wat de koper wist ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.

Samenvatting

X heeft met Y twee distributieovereenkomsten gesloten ten aanzien van de "Fuel Saver", een product bedoeld om de uitstoot van uitlaatgassen van auto's te verminderen en het brandstofverbruik te verlagen. In dat kader heeft X driemaal een aantal Fuel Savers van Y gekocht. Tussen het sluiten van de eerste en tweede distributieovereenkomst bleek uit onderzoek dat de Fuel Saver niet brandstofbesparend werkt. Vervolgens is X haar afnameverplichting uit hoofde van de tweede distributieovereenkomst niet meer nagekomen. X vordert in rechte ontbinding van de twee distributieovereenkomsten en de drie koopovereenkomsten op grond van non-conformiteit. In reconventie vordert Y vergoeding van de schade die zij lijdt ten gevolge van het niet-nakomen van de tweede distributieovereenkomst door X. Volgens het hof doet het feit dat X ten tijde van het sluiten van de tweede distributieovereenkomst bekend was of had kunnen zijn met het ontbreken van een brandstofbesparende werking van de Fuel Saver, er niet aan af dat X op grond van de mededelingen van Y mocht verwachten dat de Fuel Saver een brandstofbesparende functie had. Op X rustte volgens het hof geen onderzoeksverplichting. Er is dan ook sprake is van non-conformiteit. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. Of de Fuel Savers, hoewel zij geen brandstofbesparing realiseren, aan de overeenkomst beantwoorden, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval. Het hof heeft echter slechts van betekenis geacht hetgeen waarvan Y zelf met betrekking tot die eigenschap uitging en hetgeen Y daarover aan X heeft medegedeeld, maar ten onrechte niet de omstandigheid dat X, toen zij de tweede distributieovereenkomst aanging, met de afwezigheid van het brandstofbesparende effect bekend was. Nu deze omstandigheid mede bepalend is voor het antwoord op de vraag welke eigenschappen X op grond van de overeenkomst mocht verwachten, heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

In perspectief

Artikel 7:17 lid 2 BW bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen. Dit wordt ook wel het vraagstuk van de vaststelling van non-conformiteit genoemd. Artikel 7:17 lid 5 BW bepaalt dat de koper zich er niet op kan beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. Dit ziet op het vraagstuk van de eventuele ontzegging van een beroep van de koper op (eenmaal vastgestelde) non-conformiteit.

Hoge Raad 23 november 2007, NJ 2008, 552

In zijn arrest van 23 november 2007 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de vraag of het gekochte beantwoordt aan de overeenkomst, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle van belang zijnde omstandigheden, hieronder vallen ook de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan. In het onderhavige arrest gaat het echter om de bekendheid van X met de afwezigheid van het brandstofbesparend effect.

In de kern ziet het onderhavige arrest op de (wetenschappelijke) vraag of de wetenschap van de koper van belang is in het kader van de vaststelling van non-conformiteit of in het kader van de eventuele ontzegging van een beroep van de koper op (eenmaal vastgestelde) non-conformiteit. De Hoge Raad is duidelijk: de wetenschap van de koper is een omstandigheid die van invloed is op de beantwoording van de vraag of sprake is van non-conformiteit. Praktisch gezien betekent dit dat voor het antwoord op de vraag welke eigenschappen een koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, ook de wetenschap van de koper dient te worden meegewogen. Een andere opvatting zou ertoe kunnen leiden, zoals blijkt uit het arrest van het hof, dat X, ondanks de bekendheid met de afwezigheid van de brandstofbesparende werking, er toch op mocht vertrouwen dat de Fuel Savers brandstofbesparend zouden werken.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Peter Kramer

Tel: +31 20 5506 643
E-mail: peter.kramer@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin