Zoeken

Nieuwsbrief

Belangrijke wijzigingen in het Nederlands ondernemingsrecht in 2010 (I)

In december 2009 zijn 3 wetsvoorstellen door de Tweede Kamer aangenomen, waarvan de verwachting is dat deze per 1 januari of 1 juli 2011 in werking zullen treden.
Het betreft de wetsvoorstellen met betrekking tot:

  • de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht;
  • de one-tier board; en
  • de personenvennootschappen.

In deze en twee hiernavolgende nieuwsbrieven zal ingegaan worden op de belangrijkste door deze wetsvoorstellen aangekondigde wijzigingen.

In deze nieuwsbrief is dat het wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht (kamerstuknr. 31058).

Vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht

De regels voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ("B.V.") met betrekking tot de kapitaalbescherming worden vereenvoudigd en er komt een grote vrijheid van inrichting van de statuten van de B.V.

Kapitaal en crediteurenbescherming

De regelingen die gebaseerd zijn op kapitaal- en crediteurenbescherming worden geheel herzien.
Het verplichte minimum kapitaal van EUR 18.000 wordt afgeschaft. De bankverklaring en accountantsverklaring worden afgeschaft. Het aandelenkapitaal mag in een andere valuta dan euro luiden.
De "nachgründungsregeling" uit artikel 2:204c BW (die extra eisen stelt indien een B.V. binnen twee jaar na eerste inschrijving in het handelsregister een transactie doet met oprichters of aandeelhouders) en het verbod op financiële steunverlening door de vennootschap bij verkrijging van aandelen in haar kapitaal (art. 2:207c BW) komen te vervallen. Diverse beperkingen bij de inkoop van eigen aandelen vervallen. De procedurevoorschriften (die meer dan twee maanden in beslag nemen) voor een kapitaalvermindering (art. 2:209 BW) komen te vervallen.

Uitkeringen door de BV

Tegenover het vervallen van de wettelijke beperkingen bij inkoop van aandelen, kapitaalvermindering en het doen van een dividenduitkering of uitkering van reserves komt een regeling die uitgaat van aansprakelijkheid van het bestuur en aandeelhouders, indien door het verwijtbaar handelen van deze personen de rechten van crediteuren van de B.V. worden aangetast. Uitgangspunt is dat het bestuur een besluit tot uitkering dient goed te keuren en goedkeuring dient te weigeren indien het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de B.V. na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden.
Indien de B.V. na de uitkering niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, zijn de bestuurders die dat ten tijde van de uitkering wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien jegens de B.V. hoofdelijk verbonden voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan met wettelijke rente vanaf de dag van uitkering. Degene die de uitkering ontving terwijl hij wist of behoorde te voorzien dat de B.V. na de uitkering niet zou kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden is jegens de B.V. gehouden tot vergoeding van het tekort dat door de uitkering is ontstaan. De vergoedingsplicht geldt voor ieder voor ten hoogste het bedrag of de waarde van de door hem ontvangen uitkering, met de wettelijke rente vanaf de dag van de uitkering. Indien de vergoeding aan de B.V. reeds is voldaan door de bestuurders wordt de vergoeding door degene die de uitkering ontving voldaan aan de bestuurders, naar evenredigheid van het gedeelte dat door ieder der bestuurders is voldaan.

Stemrecht en winstrecht

De regels voor besluitvorming binnen de B.V. worden aanmerkelijk flexibeler. Besluitvorming buiten vergadering wordt vereenvoudigd. Aandeelhoudersvergaderingen kunnen in het buitenland worden gehouden. Toekenning van stemrecht aan individuele aandeelhouders kan veel meer op maat worden geregeld. Op bepaalde aandelen kunnen meerdere stemmen worden uitgebracht, hetgeen met name in joint ventures en familievennootschappen uitkomst kan bieden. Bij de eerste nota van wijziging is de mogelijkheid om het stemrecht per besluit te kunnen variëren ontnomen. Stemrechtloze aandelen worden mogelijk. Dit is een alternatief voor de certificering van aandelen. Aandelen zonder winstrecht worden mogelijk.

Blokkeringsregeling bij overdracht van aandelen

Het is niet meer verplicht om een blokkeringsregeling voor de overdracht van aandelen op te nemen in de statuten. Indien wordt geopteerd voor een statutaire blokkeringsregeling wordt het mogelijk om gedetailleerde afspraken over de prijs(bepaling) te maken. Er kan een lock-up bepaling worden opgenomen in de statuten op basis waarvan overdracht van aandelen gedurende een bepaalde periode uitgesloten is. De mogelijkheden worden verruimd om bij de statuten verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard op te leggen aan de aandeelhouders, zoals de verplichting tot het verstrekken van een lening aan de B.V. of de verplichting tot levering van producten aan de B.V.

Geschillenregeling

Ook de wettelijke geschillenregeling wordt flexibeler. De geschillenregeling voorziet erin dat een aandeelhouder die de belangen van de B.V. schaadt kan worden uitgestoten en dat een beknelde aandeelhouder kan uittreden. De B.V. en haar aandeelhouders krijgen meer ruimte om in de statuten of bij overeenkomst van de wettelijke geschillenregeling af te wijken. Een regeling van eigen makelij kan de wettelijke bepalingen geheel of gedeeltelijk terzijde stellen, behalve wanneer door die regeling de overdracht van aandelen onmogelijk of uiterst bezwaarlijk zou zijn. Het wordt mogelijk om te kiezen voor beslechting van het geschil door de Ondernemingskamer of in arbitrage. De rechter kan afzien van de benoeming van deskundigen als hij zelf de prijs kan vaststellen. Dat is het geval als partijen het over de waarde van de aandelen eens zijn of als de statuten of de overeenkomst een duidelijke maatstaf voor het bepalen van die waarde bevat.
Partijen kunnen hangende de procedure vragen om een voorlopige voorziening die werkt tot de aandelen zijn overgedragen.
De mogelijkheden voor aandeelhouders om uit te treden worden verruimd. Op grond van de nieuwe geschillenregeling kan een aandeelhouder niet alleen vorderen dat hij door de andere aandeelhouders wordt uitgekocht, maar kan hij ook een vordering tot uittreding tegen de B.V. zelf instellen.
Een uittredende aandeelhouder kan vorderen dat de rechter rekening houdt met een waardevermindering van de aandelen, wanneer deze waardevermindering het gevolg is van gedragingen van de andere aandeelhouders of de B.V. zelf. De uittredende aandeelhouder kan in dat geval een hogere prijs voor zijn aandelen krijgen.

Voor meer informatie over de aanstaande wijzigingen in het ondernemingsrecht kun u terecht bij de juristen van de Sectie Ondernemingsrecht van Kennedy Van der Laan.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email

Wessel Bosse

Bekijk ons netwerk op

linkedin