Rechtbank in Tros vs Pretium: art. 10 EVRM is van toepassing op bevel tot afgifte van video-opnamen
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 25 februari 2011, KG
ZA 11-137, (Tros vs. Pretium)
Telecombedrijf Pretium ligt al geruime tijd in de clinch met
omroep Tros. Daarover is al eerder
hier (en
hier een bericht over het gevecht tussen
Pretium en de VARA) op MediaReport bericht. Aanleiding daarvoor
is een uitzending van consumentenprogramma Tros Radar uit 2008,
waarin Radar uitvoerig aandacht besteedde aan klachten over de
telefonische verkoop door Pretium. In deze uitzending heeft Tros
beelden vertoond die met een verborgen camera zijn opgenomen bij
een callcenter dat door Pretium was ingeschakeld. In een van de
vele daarop volgende procedures heeft Pretium een verzoek gedaan
tot afgifte door Tros van het ruwe beeld- en geluidsmateriaal.
De rechtbank heeft dit verzoek
toegewezen en Tros bevolen het heimelijk
opgenomen materiaal binnen 24 uur aan Pretium af te staan.
Daarop stond een dwangom van Eur. 10.000,– per dag dat Tros hier
niet aan voldeed.
Verder was het vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard, wat
betekent dat -ook al stelt Tros hoger beroep in- zij de beelden
toch binnen 24 uur moet afstaan. Met andere woorden: het instellen
van hoger beroep schorst de verplichting om aan het vonnis te
voldoen niet. Daaraan legde de rechtbank ten grondslag dat de
verstrekking van een afschrift van de opnamen geen schending
inhoudt van artikel 10 EVRM (de vrijheid van
meningsuiting/persvrijheid), op grond van de overweging dat de
publieke functie van de journalistiek niet in het gedrang komt
wanneer de reporter zich niet kan beroepen op het belang van
bescherming van een bron, die bij het verschaffen van informatie
aan de journalist vertrouwelijkheid heeft bedongen.
Tros wenste geen gehoor te geven aan het bevel om de opnamen af
te staan, en startte een executiekortgeding waarin zij vorderde dat
Pretium werd bevolen het opeisen van de camerabeelden te staken
(schorsen), op straffe van een dwangsom. Juridisch uitgangspunt
daarbij is dat de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij
voorraad verklaard vonnis alleen verboden kan worden als Pretium
geen redelijk belang bij de executie heeft (bijvoorbeeld als het
vonnis op een juridische misslag berust).
Recentelijk deed de kortgedingrechter in deze zaak
uitspraak. Lijnrecht tegenover de rechtbank
die het bevel tot afgifte had opgelegd oordeelde deze rechter
-geheel terecht- dat artikel 10 EVRM wel degelijk op een
dergelijk bevel van toepassing is. Dit volgt onder meer uit het
Sanoma-arrest van het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens. Het gaat hier namelijk om journalistiek
bronmateriaal dat de reporter van Tros zelf heeft vergaard en
dat nog niet aan Pretium bekend was. Het bevel tot afgifte vormt
volgens de kortgedingrechter dus een beperking op de vrijheid
van meningsuiting. Vervolgens moet worden gekeken of deze
beperking ook geoorloofd is. Daarvoor moet de beperking bij wet
zijn voorzien en noodzakelijk zijn in een democratische
samenleving ter bescherming van de in lid 2 van artikel 10 EVRM
genoemde belangen. Nu de rechtbank die het bevel heeft gegeven
die toetsing niet heeft verricht, is er volgens de
kortgedingrechter sprake van een zodanige omissie dat er sprake
is van een ‘juridische misslag’. Dat leidt volgens de
kortgedingrechter tot de conclusie dat de vordering om de
tenuitvoerlegging van het vonnis te staken, kan worden
toegewezen. Kortom: Pretium kan de beelden niet opeisen zolang
de rechter in hoger beroep dat niet heeft toegestaan. Het lijkt
mij overigens onwaarschijnlijk dat de hoger beroep rechter
Pretium hiervoor toestemming gaat geven.
Ook uit deze uitspraak volgt weer dat het journalistiek
brongeheim een hoeksteen is van de persvrijheid, welk de
bescherming geniet van artikel 10 EVRM. Een interessante en naar
mijn mening ook juiste overweging van de kortgedingrechter is nog
dat als Tros zelf niet meer kan bepalen hoe en wanneer zij de
betreffende informatie naar buiten brengt, dit een zogenaamd
‘chilling effect’ -oftewel een negatieve impact kan hebben op de
journalistieke uitingsvrijheid. De kortgedingrechter heeft hier
gelukkig een stokje gestoken voor dat chilling effect.