Zoeken

Nieuwsbrief

Het persoonlijkheidsrecht van de architect

Een bespreking van de uitspraak van de Voorzieningenrechter van Rechtbank
Amsterdam op 11 januari 2007 (KG ZA 06-2155 P/JWR).

Huiseigenaar Van Tiggelen moet van de Voorzieningenrechter in Amsterdam zijn huis verbouwen zodat het overeenkomt met het ontwerp van architect Dijkman en moet de volledige proceskosten van de architect betalen.

Rozenstraat 153

In 2000 heeft architect Dijkman een ontwerp gemaakt voor de bouw van een modern pand aan de Rozenstraat 153 in de Jordaan, Amsterdam. De toenmalige eigenaar heeft een bouwvergunning verkregen op grond van dat ontwerp, maar heeft het perceel en de rechten op grond van de bouwvergunning in 2005 verkocht aan Van Tiggelen.

Van Tiggelen wilde het ontwerp van de binnenkant aan laten passen, zodat er niet twee, maar één appartement zou worden gerealiseerd. Dijkman heeft daarvoor enkele voorstellen gedaan, maar er zijn nooit afspraken gemaakt. In 2006 blijkt dat Van Tiggelen de buitenkant van het pand ook niet volgens het ontwerp van Dijkman heeft uitgevoerd. Er ontbreken allerlei elementen, zoals een stalen portaal, een ronde kap, een hijsbalk, een 'teruggelegde' gevel, etc. Dijkman is daar niet blij mee en overlegt met Van Tiggelen over een aangepast ontwerp waardoor het pand, zonder al te ingrijpende wijzigingen, zoveel mogelijk zal lijken op het originele ontwerp. Van Tiggelen gaat er echter niet op in.

Verminking van het ontwerp
Dijkman wendt zich tot de Voorzieningenrechter in Amsterdam en vordert ondermeer dat Van Tiggelen wordt veroordeeld het pand alsnog in overeenstemming te brengen met zijn oorspronkelijke ontwerp of tenminste het aangepaste ontwerp uit 2006. Ook vordert Dijkman dat Van Tiggelen zijn volledige proceskosten betaalt, zoals sinds 29 april vorig jaar mogelijk is in procedures over intellectuele eigendomsrechten.

Het ontwerp van Dijkman is een auteursrechtelijk beschermd werk. Volgens de Auteurswet mogen anderen beschermde werken niet zonder toestemming van de maker 'openbaren' of 'verveelvoudigen'. Voor een architectonisch ontwerp houdt dit vooral in dat het niet zonder toestemming van de architect door anderen mag worden nagebouwd. De Auteurswet kent echter ook de zogenaamde 'persoonlijkheidsrechten'. De maker kan zich op grond daarvan ondermeer verzetten tegen verminking van zijn werk.

De Voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van verminking van het werk van Dijkman in de zin van artikel 25 lid 1 sub d van de Auteurswet. Daarom veroordeelt de rechter Van Tiggelen ertoe het pand binnen 6 maanden in overeenstemming te brengen met het oorspronkelijke ontwerp van Dijkman of, in overleg met Dijkman, met het latere ontwerp. Ook moet Van Tiggelen de proceskosten van Dijkman betalen à € 10.910,32.

Het meest opvallende bij deze uitspraak is misschien wel dat de voorzieningenrechter in een kort geding, dat normaal gesproken bedoeld is om voorlopige maatregelen te nemen, bepaalt dat een pand verbouwd moet worden. Een dergelijke maatregel lijkt meer iets voor een bodemprocedure. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de maatregel spoedeisend is, omdat Dijkman reputatieschade lijdt, zolang het pand in de huidige toestand blijft.

Proceskosten

Naar aanleiding van deze uitspraak kwam een discussie op gang tussen specialisten op het gebied van intellectuele eigendom. Is het persoonlijkheidsrecht wel een intellectueel eigendomsrecht? Is het wel terecht dat er een volledige proceskostenveroordeling is uitgesproken? De Handhavingsrichtlijn die dit mogelijk maakte, is ten slotte vooral bedoeld voor de bestrijding van piraterij en massale inbreuk.

Het antwoord op de eerste vraag lijkt kort: persoonlijkheidsrechten zijn onderdeel van het auteursrecht en er bestaat geen twijfel over dat het auteursrecht een intellectueel eigendomsrecht is. Het voorlopige antwoord op de tweede vraag is ook bevestigend. De Handhavingsrichtlijn is wellicht oorspronkelijk bedoeld om piraterij te bestrijden, maar artikel 14 over de volledige proceskostenveroordeling is daartoe niet beperkt. Volgens het artikel moet het zelfs 'als algemene regel' gelden. Ook het huidige Nederlandse wetsvoorstel over dit onderwerp beperkt zich niet tot piraterij. Bovendien past de Nederlandse rechter in de praktijk de volledige proceskostenveroordeling niet alleen toe op piraterij, maar op alle soorten zaken over intellectuele eigendomsrechten. (Zie voor details hierover de eerdere editie van december 2006 van deze nieuwsbrief.) Er is dan ook geen reden om voor persoonlijkheidsrechten een uitzondering te maken.

Tot slot

De rechter heeft in deze uitspraak weer eens laten zien dat architecten zich er met succes tegen kunnen verzetten dat bij de uitvoering wordt afgeweken van hun ontwerp. Tegenwoordig kunnen ze daarbij ook hun volledige proceskosten vergoed krijgen, al is de volledige proceskostenveroordeling in Nederland nog volop in ontwikkeling.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Ilan de Vré

Tel: +31 20 5506 887
E-mail: ilan.de.vre@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin