Zoeken

Nieuwsbrief

De liftenbouwers zitten niet in de lift

Op 21 februari 2007 werden verschillende fabrikanten van liften en roltrappen in Nederland, Duitsland, Luxemburg en België door de Europese Commissie beboet wegens deelname aan een kartel. Deze deelname was volgens de Commissie in strijd met de Europese mededingingsregels, in dit geval artikel 81 EG-verdrag. De mededingingswaakhond legde de hoogste boetes ooit op, in het totaal 990 miljoen euro. Zoals commissaris Neelie Kroes zelf toelichtte: "deze boete moet de ondernemingen nog lang heugen".

Het kartelverbod

Het kartelrecht is de aanduiding van een geheel van rechtsregels die betrekking hebben op gedragingen waardoor de concurrentie tussen ondernemingen wordt beperkt. Het Europese kartelverbod ligt besloten in artikel 81 EG-verdrag. Onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en verboden zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen Lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst. De concurrentiebeperkende overeenkomsten tussen ondernemingen kunnen wordt ingedeeld in twee hoofdgroepen: horizontale en verticale. Een horizontale concurrentiebeperking schaadt de mededinging tussen ondernemingen met eenzelfde functie in de bedrijfskolom, bijvoorbeeld afspraken tussen concurrenten. Dit zijn de zogenoemde kartels. Voorbeelden van de afspraken die in het kader van een kartel kunnen worden gemaakt, zijn: prijsregelingen (bijvoorbeeld het afspreken van vaste prijzen voor producten en/of diensten of, minimumprijsafspraken), marktbeschermingsregelingen (zoals markt- en klantenverdelingen) en regelingen ter verdeling van opdrachten.

Uitzondering op kartelverbod

Dergelijke afspraken vallen vrijwel altijd onder het kartelverbod en voldoen zelden aan de wettelijke uitzondering vermeld in artikel 81 lid 3 EG-verdrag. Deze uitzondering is slechts van toepassing op een afspraak wanneer deze voldoet aan vier voorwaarden . Ten eerste moet de afspraak bijdragen aan de verbetering van de productie of de distributie of aan de bevordering van de technische of economische vooruitgang. Ten tweede moet een billijk aandeel in de daaruit vloeiende voordelen aan de gebruikers ten goede komen. Ten derde mogen de betrokken ondernemingen geen beperkingen opleggen die voor het bereiken van de doelstellingen niet onmisbaar zijn. Ten vierde mag de afspraak de betrokken ondernemingen niet de mogelijkheid geven voor een wezenlijk aandeel van de betrokken goederen of diensten de mededinging uit te schakelen.

Recordboete voor liftenbouwers

In de zaak tegen de liftenbouwers zijn in totaal 17 dochterondernemingen van Otis, KONE, Schindler en ThyssenKrupp en Mitsubishi Elevator Europe B.V. beboet wegens deelname aan een kartel. Deze ondernemingen hebben zich volgens de Commissie schuldig gemaakt aan de volgende mededingingsbeperkende afspraken: het knoeien met offertes voor opdrachten, het vaststellen van prijzen, de onderlinge verdeling van markten en het uitwisselen van commercieel belangrijke en vertrouwelijke informatie. Deze inbreuken vormen een zeer ernstige inbreuk op de mededingingsregels. In de geldboete komt de omvang van de markt, de duur van het kartel (1995 tot 2004) en de omvang van de betrokken ondernemingen tot uiting.

Eén onderneming, Otis Nederland, hoeft geen boete te betalen omdat zij als eerste uit de school heeft geklapt over het bestaan van het kartel in Nederland. Als beloning daarvoor heeft Otis Nederland van de Commissie geen boete gekregen.

Met deze zaak blijkt opnieuw de vastberadenheid van de Europese Commissie om hardhandig op te treden tegen kartels en blijvende stijgende lijn in de boetes die door de Commissies aan kartelleden worden opgelegd.

Deel dit via:   
linkedin facebook twitter email
Nicole Wolters Ruckert

Tel: +31 (0)20 5506 646
E-mail: nicole.wolters.ruckert@kvdl.nl

Bekijk ons netwerk op

linkedin